sbo Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt

Publicaties

Rapport 'De tering naar de nering - Financiële gevolgen van demografische krimp in het voortgezet onderwijs'

15 juni 2011

In opdracht van het Ministerie van OCW voerden Research voor Beleid en IOO (beide
onderdelen van Panteia) een onderzoek uit naar de financiële gevolgen van dalende
leerlingaantallen (krimp) in het voortgezet onderwijs.

De hoofdvraag van het onderzoek is: in hoeverre voldoet het bekostigingssysteem om
de (verwachte) stijging van de kosten per leerling te accommoderen? De belangrijkste
uitkomsten zijn hieronder weergegeven:

  • Er is nog weinig structurele krimp in het voortgezet onderwijs, maar er
    wordt veel krimp verwacht in de komende decennia.
  • Er zijn extra uitgaven per leerling als een bestuur met krimp te maken heeft,
    of dit nu in een krimpregio gevestigd is of niet.
  • Na krimp stijgen de kosten per leerling sterker dan de (lumpsum) inkomsten,
    omdat de personeels- en huisvestingsreductie niet gelijk loopt met de teruggang
    van het aantal leerlingen. Bij aanhoudende krimp verwachten sommige
    besturen problemen.
  • ‘Krimpbesturen’ hebben de afgelopen jaren ingeteerd op hun vermogen, maar andere besturen evenzeer.
  • De kostenstructuur van ‘krimpscholen’ lijkt op die van overige scholen, met een
    iets groter aandeel personele kosten. Ook investeren krimpbesturen op termijn
    minder in huisvesting.
  • De meerderheid van besturen begroot realistisch, en heeft een ontwikkeld ‘financieel
    geweten’.
  • De inschatting over de tijd die het kost om de begroting weer dekkend te maken
    loopt uiteen. In krimpregio’s zijn besturen beter voorbereid op structurele krimp
    dan in niet-krimpregio’s.
  • Soms staan (CAO-)afspraken of beslissingen uit het verleden een adequate en tijdige reactie op krimp in de weg. Externaliseren lijkt nauwelijks voor te komen.

Download onderaan de pagina het volledige onderzoek.

Zoeken in kennisportaal