sbo Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt

Pilot Paboys: Pabo Edith Stein, Hengelo

24 januari 2008

Speerpunt

Ontwikkeling van minoren die de interesse hebben van mannelijke pabo-studenten.

Activiteiten

  • Aanpassing van het curriculum aan de inzichten van Koersen op Meesterschap met betrekking tot specialisatie en differentiatie.
  • Via een klankbordgroep bestaande uit mannelijke studenten monitoren of de vernieuwingen effect hebben op de motivatie van mannelijke studenten.
  • Het uitzetten van een enquête onder mannelijke studenten en pas afgestudeerden mannelijke leraren betreffende voor hen uitdagende minoren.
  • Bijhouden van studieresultaten en studieloopbaan van mannelijke studenten om zonodig het curriculum bij te stellen.
  • Opstellen van criteria waaraan minoren moeten voldoen willen ze aantrekkelijk zijn voor jongens en het uitwerken van een nader te bepalen aantal gekozen minoren.
  • Onderzoeken waar de specifieke vragen en begeleidingsbehoeften van mannelijke studenten liggen.
  • Coachen/begeleiden van docenten die mannelijke studenten begeleiden. - Het uitvoeren van een pilot ‘seksebewust stagebeleid’ met een zestal scholen in Enschede met als doel te onderzoeken wat de succesfactoren zijn bij de begeleiding van jongens.
  • Het uitvoeren van een voorlichting- en wervingscampagne. Ter voorbereiding hierop zal op een aantal vo-scholen worden onderzocht welke (verkeerde) denkbeelden er bestaan over de pabo en op welke manier via voorlichting een beter beeld geschetst kan worden van het beroep.

Product(en)

  • Onderbouwd rapport met criteria, waaraan minoren moeten voldoen willen ze voor jongens interessant zijn.
  • Handleiding voor opleiders en mentoren uit het veld met betrekking tot de begeleiding van mannelijke studenten.

Resultaten

  • In 2005-2006 is een klankbordgroep samengesteld met een zevental studenten van de pabo. In het 2006-2007 is deze groep uitgebreid tot 25 mannelijke studenten en leerkrachten  uit het basisonderwijs. In de klankbordgroep zijn o.a. de uitkomsten van de uitgezette enquête besproken.
  • In 2005-2006 is onderzocht hoe het aanbod van minoren in het nieuwe curriculum afgestemd kan worden op de behoeftes van jongens en zijn criteria en kaders vastgesteld waaraan met name voor jongens aantrekkelijke minoren moeten voldoen. Uit een enquête die is afgenomen blijkt de mannelijke studenten een meer dan gemiddelde belangstelling te hebben voor management, het voortgezet onderwijs, ICT en leeftijdsspecialisatie (het oudere kind). In 2006-2007 is door een brede werkgroep de major-minor structuur verder ontwikkeld. In januari 2007 is een beperkte groep studenten (de versnellers) begonnen met leeftijds- en vakspecialisatie. Van de vijf mannen in deze groep hebben vier gekozen voor de bovenbouwspecialisatie en één voor de middenbouwspecialisatie. In augustus 2007 start een grotere groep studenten met leeftijds- en vakspecialisatie. Daarnaast kunnen zij op een later moment kiezen voor de profielen management, zorg of innovatie. Daarnaast wordt vorm gegeven aan een profiel met daarbinnen een doorstroommogelijkheid naar de universiteit (prémaster) of een doorstroommogelijkheid naar de lerarenopleiding vo. Verder zal er ook voor studenten een mogelijkheid komen voor een wat meer internationaal georiënteerde minor met een Engelstalig aanbod.
  • In 2005-2006 is onderzocht waar in de begeleiding op de basisscholen bij de mannelijke studenten de behoeften liggen. Naast het uitzetten van een enquête onder mannelijke studenten is ook gesproken met ervaren opleiders. Een van de uitkomsten was dat de meeste mannen vinden dat er een te grote nadruk ligt op reflectie. Ze vinden dat reflecteren erg vaak vervalt in praten over jezelf en niet zozeer gaat over de (vak)didactische competenties. Uit de gesprekken met de opleiders blijkt dat de mannelijke studenten in vergelijking met vrouwelijke studenten wat lakser zijn in hun gedrag. Lesvoorbereidingsformulieren van mannleijke studenten zijn vaak incompleet en erg laat klaar, afspraken worden niet altijd nagekomen en de studenten zijn vaak snel tevreden en weinig zelfsturend. Verder kwam naar voren dat jongens minder tijd besteden aan hun studie dan meisjes en dat jongens naast hun opleiding vaak erg actief zijn. Vaak gaat het om activiteiten waarbij studenten talenten hebben ontwikkeld welke in het onderwijs erg waardevol zouden kunnen zijn. De verplichte kleuterstage en het ‘vrouwencultuurtje’ op de stagescholen wordt door veel jongens als demotiverend ervaren.
  • Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is in 2006-2007 de pilot ‘seksebewust stagebeleid’ uitgevoerd waaraan zes basisscholen in Enschede e.o. hebben deelgenomen.  De mannelijke studenten kregen in het begin duidelijk begeleiding in het voorbereiden van de lessen op het door de pabo gebruikte lesvoorbereidingsformulier. Met de pilotscholen is afgesproken om talenten en competenties die studenten bijvoorbeeld op het gebied van muziek, sport of ict hebben zoveel mogelijk tijdens de stage in te zetten. Dit heeft heel goed gewerkt. Op bijna alle stagescholen zijn de mannelijke studenten ingezet bij groepsoverstijgende activiteiten en bij  het techniekonderwijs, computeronderwijs, bij dramalessen en bij muzieklessen. Daarnaast hoefde de jongens niet verplicht stage te lopen bij de kleuters. Een aantal pilotscholen heeft er wel voor gekozen het studiejaar te starten met een snuffelstage om vervolgens de studenten hun eerste stagegroep zelf te laten kiezen. Zonder uitzondering werd gekozen voor de bovenbouwgroep. Verder zijn meerdere mannelijke studenten op de stageschool geplaatst en is geprobeerd de student te plaatsen bij een mannelijke mentor. Bijkomend voordeel van het plaatsen van meerdere mannelijke studenten op een stageschool  is dat ook de tutorgroepen nu uit meer mannen bestaan. In tutorgroepen komen de studenten van dezelfde stagescholen bijeen. Een aantal tutorgroepen vormen samen een klas. Dus ook in de klassen zitten nu meer mannen. Deze veelvuldige contacten tussen mannelijke studenten werkte enorm stimulerend.
  • In 2008 wordt de pilot ‘seksebewust stagebeleid’ uitgebreid en wil de pabo de voorlichting verbeteren door de vernieuwde opleiding onder het voetlicht te brengen en ook door een reëel beeld van het beroep te geven. Nu blijken veel studenten met een onjuist beroepsbeeld aan de opleiding te beginnen. Dit geldt vooral voor mannelijke studenten
  • Op eigen initiatief van een aantal ouderejaars is in 2005 een studentenvereniging opgericht onder de naam Dionysus. De vereniging is een groot succes en een groot deel van de leden is man. Of de verenig zal blijven bestaan is echter nog de vraag. De oprichters zijn onlangs afgestudeerd en in opvolging is nog niet voorzien.

 

Contactpersoon

Maurizo Bidoggia
Tel: 074-85.16.246
E-mail: bidoggia@edith.nl

Download de rapporten

Einderapportage Edith Stein

128.5 kb | 24 januari 2008

Zoeken in kennisportaal