sbo Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt

Land van Cuyk: HR centre PO, VO, BE - een flexibele schil

10 februari 2009

In Oss en omgeving hebben enkele jaren geleden alle besturen voor po, twee schoolbesturen voor vo en een roc besloten te gaan samenwerken op het gebied van regionale personeelszorg (RPZ). Jan Willem Lackamp (Mondriaancollege) vertelt over deze bijzondere samenwerking, die leidde tot een project waarvoor via platform Brano (Brabant Noord-Oost) subsidie werd verkregen.

Doel van het project:

Bevorderen mobiliteit van onderwijspersoneel

Wie was de initiatiefnemer?

Lackamp: ‘De initiator was Henk Peters, lid van de centrale directie van Het Hooghuis, maar het Mondriaan College was de trekker van het project.’

Wat waren de ervaringen en valkuilen?

‘Het is veel papierwerk en er gaan veel woorden aan vooraf voordat je concreet kunt worden. Dat komt omdat je met verschillende partijen en dus verschillende belangen hebt te maken. Je moet je daardoor zakelijk opstellen en tegelijkertijd flexibel zijn. Je wilt het project immers zo veel als mogelijk sturen en vertalen naar je eigen schoolvisie.’

Wat waren de leerpunten?

‘Je kiest met elkaar heel onschuldig voor de naam ‘banenmarkt’, maar realiseert je niet dat je met zo’n naam verwachtingen schept. Daar sta je vooraf niet bij stil. We hebben die naam later veranderd in ‘mobiliteitsmarkt’. Daarnaast is het leerzaam geweest om te zien hoe je met elkaar omgaat met ontwikkelingswensen, competenties en professionaliseringstrajecten.

Het grootste leerpunt is waarschijnlijk dat mensen vanuit hun eigen sector denken. In dit project waren alle sectoren betrokken. Het regionale platform zou eigenlijk moeten werken met meerdere onderwijssectoren bij elkaar, nu is het primair onderwijs in een apart platform georganiseerd. Je hebt voor een groot gedeelte dezelfde problematiek en met het vergroten van het netwerk, vergroot je ook de kansen.’

Wat zijn de bijkomende voordelen?

‘Je bent ineens in de gelegenheid je school te profileren, omdat de pers interesse heeft in je opzet.’

Wat zijn de bijkomende nadelen?

‘Op het moment dat je zo’n project start, moet je je wel realiseren dat je eigen geschoolde personeel kan doorstromen. Je moet voor ogen blijven houden dat dit goed is voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het personeel. Het is me opgevallen dat de ‘werelden’ zo gescheiden zijn. Iedereen denkt aanvankelijk aan zichzelf. Wat levert het mij op?’

Welke instrumenten zijn hier uit voortgekomen?

‘Allereerst natuurlijk de mobiliteitsmarkt. Daarnaast is er een model ontwikkeld voor belangstellingsregistratie voor de mobiliteitsmarkt. En er zijn visiedocumenten voor het personeelsbeleid in het algemeen en voor levensfasebewust personeelsbeleid in het bijzonder  geproduceerd, die door alle scholen afzonderlijk zijn aangenomen. Daarin is de gemeenschappelijke visie op personeelsbeleid en de belangrijke onderdelen daarvan vastgelegd.’

Meer informatie

Wilt u meer weten over dit project? Neem dan contact op met Jan Willem Lackamp.

Dit is een regioproject.
Meer over regioprojecten >

Download de eindrapportage

08i0704 Eindrapportage tbv SBO

182 kb | 10 maart 2009

Reageer op dit praktijkvoorbeeld



Reageer Spelregels










Bestrijd spam! Vul het anti spam getal vijf in.

Zoeken in kennisportaal