sbo Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt

Praktijkvoorbeelden

Thema
HRM / Slimmer werken
Sector
Primair onderwijs
Regio PO
Twente

Twente po: Integraal Personeelsbeleid

7 februari 2007

De stichting Katholiek Onderwijs Enschede (KOE) werkt nu al ruim twee jaar met veel energie aan integraal personeelsbeleid (IPB). Doel: een plan dat daadwerkelijk leidt tot een toegevoegde waarde voor het personeel en de organisatie.

Het project IPB

De stichting KOE is al geruime tijd bezig met het vormgeven van het integraal personeelsbeleid. Na een informatieve dag voor het personeel volgde een tweedaagse conferentie voor de directies van de stichting. Tijdens deze conferentie werden de fundamenten gelegd voor een IPB-kadernotitie, die het uitgangspunt vormt voor het hele traject. Als uitvloeisel van die kadernotitie zijn uiteindelijk vier werkgroepen aan het werk gegaan: Mobiliteit en loopbaanbeleid, Scholing, Taakbeleid en een werkgroep Invalpool. Daarnaast hebben twee bestaande commissies plannen ontwikkeld voor het begeleiden van startende leerkrachten naar een vaste aanstelling (het formele traject) en naar een speciale taak als coach/mentor. Verder werd er een start gemaakt met competentiebeleid en is het eerste sociale jaarverslag uitgebracht.

Enkele tussentijdse resultaten

Met ingang van het schooljaar 2003-2004 draait er een invalpool. Verder hebben de commissies personele en onderwijskundige zaken twee beleidsstukken afgerond die respectievelijk het formele traject en het coachingstraject voor startende leerkrachten regelen. De werkgroep loopbaanbeleid heeft in een tussenrapportage concrete voorstellen gedaan over de verdieping van functioneringsgesprekken op het gebied van mobiliteit. Vorig jaar ontving de stichting KOE voor haar inspanningen een extra prijs (vijf dagen ondersteuning door de KPC Groep) tijdens de uitreiking van de IPB-award 2003.

Reflectie

Essentieel voor het proces naar volledig integraal personeelsbeleid is de betrokkenheid van de medewerkers in de organisatie. Bij dit proces worden in elk geval vier groepen nadrukkelijk betrokken: de werkgroep of commissie die het onderwerp behandelt, het directieoverleg, de algemeen directeur, en de MR en GMR. Het bestuur wordt in de procesfase veel minder betrokken. De IPB-kadernotitie vormt een belangrijk vliegwiel voor de ontwikkeling van de organisatie. De kadernotitie stelt dat de directies van de scholen integraal verantwoordelijk zijn voor hun eigen school. Dit versterkt de posities van de directeuren en stimuleert hun gevoel van professioneel welbevinden. Bij de vorming van de werkgroepen is er bewust voor gekozen om voorrang te geven aan directieleden die geen zitting hebben in een bovenschoolse beleidscommissie. Verder ziet de algemeen directeur er nadrukkelijker dan voorheen op toe dat afspraken ook nagekomen worden.
Een andere belangrijke succesfactor is de keuze om nieuw geformuleerd beleid in eerste aanleg te bestempelen als "pilot". In de pilotfase krijgen alle betrokkenen (waarbij heel nadrukkelijk ook de (G)MR) de kans om het beleid in de praktijk te testen en te toetsen. De gegevens uit deze fase zijn bepalend voor het uiteindelijk aan te nemen definitieve beleidsstuk.
Dit alles zorgt ervoor dat nieuwe voorstellen uiteindelijk kritischer beoordeeld worden op hun realiteitsgehalte en daardoor meer kans van slagen hebben.

Wilt u meer informatie over het IPB-project van de Stichting KOE? Neem dan contact op met:
Rob van der Vegt
Algemeen directeur St. KOE
Puttenkampstraat 5,
7531 AC Enschede
tel.: 053-4349400
bs@skoe.nl
www.skoe.nl

Dit is een regioproject.
Meer over regioprojecten >

Zoeken in kennisportaal