sbo Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt

Column: ‘Niet blijven hangen in het verleden’

13 september 2010

Kennis is de pijler van de Nederlandse economie. Daarom is het belangrijk dat iedereen zijn kennis en talenten inzet. Het voortdurend verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs is een noodzaak, wil Nederland het beste uit zijn toekomstige beroepskrachten halen. Ook uit die met een andere culturele achtergrond. De jeugd van nu moet straks onze economie draaiende houden.

In de zomer heeft Leo Prick, NRC-columnist, in dezelfde krant het artikel ‘Allochtone studenten hebben geen aparte behandeling nodig’ geschreven. Daarin uit hij kritiek op onderwijsinstellingen die onderzoeken hoe zij biculturele studenten beter kunnen begeleiden. Hij constateert bijvoorbeeld dat deze studenten een te zwakke basis hebben voor een opleiding in het hoger onderwijs. Hij spreekt van een ‘geringe bagage’. De toonzetting van het artikel is ronduit negatief. Hij vindt de werkwijze van de onderwijsinstellingen blijkbaar zinloos. Maar waarom eigenlijk? Wat is er mis met het onderwijs te verbeteren? Wat is er fout aan opleidingen die willen leren inspringen op de diversiteit aan studenten? Wat is er verkeerd aan het accepteren en waarderen van een wereld die er anders uit is gaan zien? Ik zie het probleem niet. Ik zie wel dat er nog veel moet gebeuren om potentieel bicultureel talent te herkennen en te ontplooien. Bijvoorbeeld door vooroordelen de wereld uit te helpen.

In het artikel geeft Prick een sneer richting organisaties en adviseurs die onderwijsinstellingen ondersteunen hun onderwijs toegankelijker te maken voor biculturele studenten. Ik ben een van die adviseurs en werk bij het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO), het kenniscentrum over onderwijspersoneel. Wij doen veel onderzoek naar het studie-en carrièreverloop van biculturele studenten. Conclusies en aanbevelingen zijn daarom onderbouwd zodat onderwijs adequate maatregelen kan nemen om de leer- en werkomgeving voor docenten en studenten te verbeteren en de onderwijskwaliteit te verhogen. We staan in contact met het onderwijs en met studenten. Dat doen we hier maar ook in andere landen. Van die landen leren wij dat Nederland ‘allochtoon’ gelijkschakelt met ‘achterstand ‘. Engeland, Verenigde Staten en Finland benaderen andere culturen juist vanuit een ‘kans’. Zij zien de voordelen van bijvoorbeeld tweetaligheid voor hun positie op de wereldmarkt. Ik vind dit de juiste insteek, temeer omdat ik zoveel talent en gedrevenheid onder de biculturele student tegenkom.

Hebben biculturele studenten een aparte behandeling nodig? Nee. En uit onderzoek blijkt dat zij dat ook niet willen. Het gaat erom dat onderwijsinstellingen beter zicht krijgen op hun diverse achtergronden en op elke manier de studenten hun studie succesvol kunnen afronden. Veel hbo-opleidingen richten zich nog vooral op de traditionele student die op kamers woont of thuis bij zijn ouders. Maar de huidige studentenpopulatie is niet meer eenduidig. Tegenwoordig studeren bijvoorbeeld ook meer alleenstaande jonge moeders en jong getrouwden, al dan niet met kinderen. Meer studenten hebben zorgtaken thuis of hebben een minder groot netwerk om aan stages en werk te komen. Naast de culturele achtergronden lopen ook de sociaal-economische achtergronden sterker uiteen. Om alle studenten goed te bedienen is adequaat en flexibel onderwijs nodig en daarnaast docenten die kennis hebben van de diverse achtergronden en ze kunnen hanteren. Dat onderwijsinstellingen zich hiermee bezighouden, is alleen maar buitengewoon verstandig.


Rubina Boasman
Senior-beleidsadviseur Diversiteit

 

Lees de column van Leo Prick

Zoeken in kennisportaal