Actueel
- Publicatie
- Publicatiereeks / Persberichten
- Sector
- Primair onderwijs / Voortgezet onderwijs / Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie / Wetenschappelijk onderwijs / Lerarenopleiding
- Thema
- HRM
Meer tijdelijke en flexibele contracten in het onderwijs
22 december 2011In de afgelopen vijf jaar is in het onderwijs het aantal tijdelijke contracten (binnen de CAO) en flexibele contracten (buiten de CAO) toegenomen. Als belangrijkste nadeel noemen medewerkers dat zij niet altijd vanaf de start uitzicht hebben op een mogelijke omzetting in een vast dienstverband. Voor onderwijsinstellingen zijn de belangrijkste redenen van alternatieve contracten het hebben van tijdelijke vacatures of de onzekerheid voor het kunnen bekostigen van de functie op de lange termijn.
Dit zijn enkele conclusies van het onderzoek’ Diversiteit aan Arbeidsovereenkomsten in het onderwijs' dat het Sectorbestuur Onderwijs Arbeidsmarkt (SBO) uit Den Haag heeft laten uitvoeren. Het onderzoek moet inzicht geven in de mate van het gebruik van tijdelijke en flexibele contractvormen en de achtergronden daarvan. Ook zijn de voor- en nadelen van tijdelijke en flexibele contractvormen op een rij gezet.
Vaste aanstelling
Het aandeel medewerkers met tijdelijke of flexibele contracten (binnen of buiten de CAO) varieert (in fte’s) van zes procent in het primair onderwijs tot ongeveer dertien procent in het voortgezet onderwijs en zestien procent in het middelbaar beroepsonderwijs. In het wetenschappelijk onderwijs geldt een percentage van ongeveer 45 procent
Onderwijsinstellingen zetten een tijdelijk contract niet om in een vaste aanstelling als er geen formatieplek is, de kandidaat ongeschikt is, dat niet past in het beleid of om financiële redenen.
Enquête, interviews en casestudie
Op verzoek van het SBO heeft SEOR (Erasmus Universiteit Rotterdam) het onderzoek uitgevoerd. Er is een enquête uitgezet onder leidinggevenden en HRM-medewerkers. Ook zijn (groeps)interviews in het primair en voortgezet onderwijs gehouden. Casestudies vonden plaats in het mbo en wo. Het onderzoek is een vervolg op een eerste verkenning uit 2010. Toen is ook gekeken naar soorten contractvormen en voor welke functie het onderwijs ze inzet.